Door Peter Aansorgh © copyright Peter Aansorgh Producties

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar onderhand zou ik het niet erg vinden als ik een stukje rechte weg tegen zou komen. Zoals elke motorrijder ben ik gek op bergen en bochten. En wat dat betreft stellen de Cevennen bepaald niet teleur…

Aan het einde van de vierde toerdag zijn de noppen aan de zijkanten van mijn Heidenau voorband weg en maken de achterremblokken een verdacht geluid. Allemaal tekenen dat we flink hebben doorgereden. En niet veel in rechte lijn… Tekenen ook dat we het behoorlijk naar hun zin hebben gehad, maar ondertussen kijk ik wel uit naar een glas goed gekoelde witte wijn van wijngaard Notre Dame de Cousignac. Waarom die speciaal? Omdat deze wijngaard in de Ardèche zowel het beginpunt als het eindpunt van onze reis door de Cevennen is, die door Endurofun tours in samenwerking met de toeristenbureaus van de diverse departementen is opgezet. En dus weet ik wat me te wachten staat…

 

Biologisch

De wijngaard N.D. de Cousignac is in 1780 opgericht door de Familie Pommier. Raphaël, die de wijngaard nu met zijn vrouw Rachel runt, is de 7e generatie die hier de druiven perst, maar wel de eerste die dat op biologische wijze doet. En dat proef je, zo merken we als we aan het begin van de reis door Raphaël worden verwelkomd met een keur aan wijnen, waarover we een oordeel mogen vellen. De wijn wordt door Raphaël ’s nachts geoogst, als het fris is. Dan blijven de druiven gezonder en is er na het persen zelfs geen sulfiet nodig om de most te beschermen. Dat doet de CO2 wel… En het is lekker! Maar goed dat we niet meer hoeven te rijden, want het oude familiehuis is omgebouwd tot bed&breakfast, waarin je sfeervolle kamers kunt huren. Da’s leuk, want zo kun je wijn proeven en een wandeling maken langs de wijngaarden, waarbij je zowaar op een oud kerkje stuit. Dat stamt deels uit de zesde eeuw, deels uit de 11e eeuw. De kapel is eigendom van de naburige parochie van Bourg St Andéol en wordt nog altijd gebruikt voor een jaarlijkse pelgrimstocht, op 17 augustus. Maar Raphaël heeft de sleutel…

 

St. Montan

Ook het Franse ontbijt mag er wezen, dus vertrekken we de volgende morgen goedgemutst richting St Montan, een klein bergdorpje met een Gallo-Romaanse historie. Het dorp is genoemd naar een kluizenaar, die hier ooit woonde, voor het een dorp werd. Er staan nog wat 12e eeuwse kapellen, maar het mooiste is om te zien hoe dit oude dorp tegen de berghelling aan is gebouwd, allemaal in die typische zuid-Franse, beige-witte natuursteen. Echt zo’n plek waar je een tijdje doorheen kunt banjeren of waar je gewoon lekker op een terrasje koffie drinkt, omdat je je er op je gemak voelt. We blijven echter niet, want we komen om te rijden. We pakken een prachtig weggetje langs de Negue naar St Thome en gaan vervolgens nog even buurten bij Mas-d’Intras, een wijngaard waar ik eerder ben geweest. Ik bestel er ook jaarlijks wijn, via de e-mail. Die komt wijnboer Denis Robert dan persoonlijk brengen met zijn busje. Dat heeft toch wat! Bovendien is de wijn lekker en helemaal biologisch. Dat wil zeggen dat niet alleen de druiven biologisch worden geteeld, maar dat er ook na de oogst geen chemische bewerkingen worden gepleegd. Er wordt zelfs niet bijgezuurd of gesuikerd: de druiven worden pas geoogst als de druiven het juiste zuur- en alcoholgehalte hebben.

 

Grot

Van Mas d’Intras racen we door naar Vallon Pont d’Arc, waar we een afspraak hebben voor de bezichtiging van een grot, waarin grottekeningen en andere bewijzen van prehistorische bewoning zijn gevonden. Maar het bijzondere is dat we niet in de echte grot gaan, maar dat er een complete replica is gebouwd. In de echte grot hangen schadelijke gassen, waar mensen niet goed tegen kunnen. En omgekeerd, want de originele schilderingen zouden door het licht en de adem van de bezoekers kapotgaan. Voor een slordige 55 miljoen euro is er daarom een exacte kopie gebouwd van de meest interessante delen van de originele grot, uitgevoerd in kunsthars en beton. Maar als je binnen bent, vergeet je dat al snel en lijkt het alsof je in de prehistorie terecht bent gekomen. Maar dan wel met een volautomatische Sennheiser toergids, natuurlijk.

 

Gorges de la Baume

Terug in het volle daglicht volgen we onze toergids van vlees en bloed, Jochen Ehlers van Endurofun tours, die ons naar Balazuc leidt. Dat is weer zo’n schitterend stenen bergdorp, met kromme straatjes en pittoreske huizen. Het is gebouwd tegen de oever van de rivier Ardèche, waarover een fraaie brug naar de rotswanden aan de overkant loopt. Aan de oever van de rivier zelf kun je kano’s huren. Ik kan me voorstellen dat je hier een weekje vakantie viert. Het uitzicht tussen de rotskloven is prachtig en wordt nog mooier als we via de Gorges de la Baume terugrijden naar Ruoms, waar we op camping Aluna in een stacaravan overnachten. Een mooie camping, met een goed restaurant, een gigantisch zwemparadijs en een spa. Daar kunnen vrouw en kinderen zich vermaken terwijl jij met de motor tussen de rotskloven toert… De stacaravans zijn luxueus en aangenaam, en daarmee misschien een goed alternatief voor een hotel als je met de motor onderweg bent. Op de camping worden muziekconcerten georganiseerd. Ook een reden om er heen te gaan. Of juist niet…

 

Les Vans

Van de stacaravan is het ’s ochtends een flinke wandeling omhoog naar het restaurant. Maar daar word je wakker van en dat mag ook wel, want we beginnen wederom met de Gorge de la Baume, nu in omgekeerde richting, om vervolgens via de D212 naar Les Vans te rijden. Wat is die gorge schitterend. De dorre begroeiing, met daaronder de gelaagde rotspartijen, de in de rotsen uitgehouden wegen en rotsbogen, het is een uniek gezicht.

Les Vans is een stadje, dat in de jaren 70 zeer in trek was bij de hippies. Je ziet ze hier nog steeds, velen hebben hier hun definitieve intrek genomen en zijn kleine winkeltjes begonnen. Zo komen we een schoenmaker tegen, die vol trots laat zien hoe hij op ambachtelijke wijze zelf sandalen maakt. Of een juwelier, die in het ateliertje in zijn winkel zelf de sieraden fabriceert. Oorspronkelijk komt hij uit Schotland: “Well, nobody’s perfect”, grijnst hij schouderophalend.

 

Museum Froment

Even buiten Les Vans vind je een olijfoliefabriekje van vader en zoon Froment. Dat is leuk, maar interessanter is wat de beide heren in de bijgebouwen hebben staan: tientallen, misschien wel 100 oude fietsen, bromfietsen en motoren. Vader is de verzameling in 1960 gestart in die is een tikje uit de hand gelopen. Er staan bijzondere exemplaren, zoals een Clement uit 1903, een Peugeot uit 1903, de oudste Solex van voor de 1e wereldoorlog en een Velocipede. Je ziet het eerste prototype van een Motobécane, een MotoComfort met een stuur van verend draadstaal, een De Dion Bouton driewieler, een Sareola, een Ravat en diverse prachtige Terrots, waaronder een 300cc motor uit 1923, waarop de hoogbejaarde vader Froment nog regelmatig rijdt. En dan staan er nog diverse leuke auto’s in de kelder ook, zoals een Peugeot 201, een BMW Isetta en een Clément. Je kan er een boek over schrijven… Maar misschien kun je er beter zelf een kijkje nemen in je vergapen aan al het moois. Het kan, want op afspraak doen de heren Froment de deuren voor je open!

 

La Garde Guérin

Na Les Vans verlaten we de Ardèche en komen we in het departement Lozére, waar we na een leuke rit langs het meer van Villefort en de Gorge de Chassezac afslaan naar La Garde Guérin. Het is een vestingstadje dat tot een van de mooiste stadjes van Frankrijk is verkozen. Het ligt bovenop een bergplateau en biedt een prachtig uitzicht op de omgeving. Het was vroeger een strategische plek op de weg van de Languedoc naar het Massif Central. De wachttoren en de straten met de kinderkopjes zijn nog intact, net als de oude kapel. Het is inderdaad een van de mooiste plekken van Frankrijk, waar we even lekker pauzeren voor we weer doorrijden en via allerlei bergweggetjes terechtkomen bij Hotel restaurant La Rémise, voor een korte tussenstop. En daar is een reden voor, want de eigenaar is een echte motorgek. Hij rijdt zelf een BMW GS en een Suzuki DR400 en heeft een garage waar 25 motoren van klanten kunnen staan, plus een werkplaats waar klanten het een en ander aan hun motoren kunnen doen. Hij heeft zelf acht mooie toerroutes opgesteld en uitgeprint. Kortom, als je een uitvalsbasis zoekt voor een weekje lekker motorrijden, dan kun je het haast niet beter treffen. Dat wordt nog maar eens bevestigd als we even later de vlakbij gelegen, 1699 m hoge Mont Lozére op en af brullen! Niet alleen geweldig leuk om te rijden, maar ook een landschap dat op een of andere manier romantisch aandoet.

 

Le Trefle Lozerien

Dat men in de Lozère vrij enthousiast is over motorrijden, merken we als we die avond in het hotel de France in Mende dineren met Alain Boucardey. Hij is president van de plaatselijke motorclub, die de in Frankrijk wereldberoemde “Trefle Lozerien” organiseert. Dit is een driedaags offroad-evenement waaraan 500 tot 600 deelnemers meedoen, zowel amateurs als professionals. Er wordt in diverse categorieën gereden, dwars door de Lozère en de Lot. Er wordt 200 km per dag gereden over een bepijlde route, waarin vijf specials zijn opgenomen. Deelnemers betalen hiervoor € 340,-, er komen rond de twintigduizend toeschouwers op af. Je hebt er een internationale of Franse licentie voor nodig, maar er zijn ook daglicenties te krijgen. De route wordt speciaal uitgezet door de organisatie, waarbij soms eigen bruggetjes worden gebouwd. Direct na de dagetappe wordt ook alles weer in originele staat teruggebracht. In principe kan iedereen eraan deelnemen, maar je moet vlug zijn. De inschrijving begint eind januari op internet en is doorgaans binnen 3 min volgeboekt. Er is ook een speciale klasse voor VIP’s, zoals journalisten. Hmmm….

 

Mende

Mende is de hoofdstad van het Franse departement Lozère. En dus zit er in dit historische stadje, dat 17.000 inwoners telt, best wel leven. Het is ook een hele oude nederzetting, die in de bronstijd al bestond. Het werd een echte stad doordat de heilige Privat hier begraven was. Het werd een bedevaartsoord, dat uitgroeide tot een stad, die sinds de negende eeuw zelfs een bisschopszetel was. In de 14e eeuw werd de Saint Privat kathedraal gebouwd, in opdracht van paus Urbanus V. De torens stammen uit de vijftiende eeuw. De kerk had ooit de grootste kerkklok uit het christendom, met een diameter van 3,25 meter en een hoogte van 2,72 meter. De klok, bijgenaamd Marie Therese, woog 25 ton en je kon hem tot zestien kilometer in de omtrek horen. De klok is verdwenen, maar de klepel staat nog altijd in de kerk. In de godsdienstoorlogen liet de leider van de Hugenoten, Mathieu Merle, de kathedraal deels vernietigen, maar die is herbouwd. De kathedraal mag dus in je stadswandeling niet ontbreken, vanuit de Tour des Ramparts heb je er mooi zicht op. Ook leuk zijn de kleine straatjes, waar nog hele oude winkeltjes zijn en waar je af en toe ook kapelletjes vindt. Een daarvan toont een beeld van de zwarte madonna, uit de 16e eeuw. Iets luguberder is de “pierre de justice”, waarop “criminelen” werden onthoofd. Verder biedt Mende huizen met een aparte architectuur. Veel huizen hebben een zogenaamd “klokdak”, een soort omgekeerde boot. Dit is ontsproten aan het brein van Philibert Delorme, architect van de koning in de 16e eeuw. Je vindt ze vooral in de buurt van de Pont Notre dame, een schilderachtige brug over de rivier de Lot.

 

De Tarn

Vanaf Mende rijden we naar Quezac, waar we de kloof van de rivier Tarn gaan volgen. Met een verrassend uitzicht op een onderaan de rotswand gebouwd gehucht, dat Castelbouc heet. Dan komen we in St. Enimie, een middeleeuws dorp dat eveneens tot een van de mooiste dorpen van Frankrijk is uitgeroepen. Vandaar kiezen we de D986 naar Carnac en vervolgens de D43 naar La Malène. Een omweg die de moeite waard is, want het brengt je naar een van de mooiste afdalingen die je je kunt voorstellen. Bovenaan de berg staan we met zijn allen vol bewondering te kijken naar een kronkelend asfaltlint, dat speciaal voor motorrijders lijkt te zijn ontworpen. We rijden hem een paar keer op en af, puur voor de lol. Dan wacht ons in La Malène een avontuur van een andere orde: we zakken met een bootje de rivier af, tussen rotsspleten en minidorpjes waar je met normaal vervoer niet komen kan. Mooi, maar je zal er wonen… Wel een ervaring, met uitzichten die je anders niet hebt. Rustgevend ook…

 

Point Sublime

Na een uurtje dobberen gaan we aan land en worden met een bus teruggebracht naar de motoren. We nemen de kleine D43 en slaan linksaf naar St-Georges de Lévejac om vandaar naar het “Point Sublime” te rijden, vanwaar je een perfect uitzicht hebt over de slingerende Gorges van de Tarn. Het uitzicht is zo wijds, dat mijn groothoeklens het niet kan bevatten… Maar dan hebben we genoeg gezien voor die dag en is het weer tijd om aan de gasgreep te draaien. Via de D46 en de geweldig kronkelige D995 rijden we naar Les Vignes, vandaar via een lange weg met heerlijke slingers naar Meyrueis, waar we intrek nemen in Hotel Family. Daar schenken ze een verdomd lekker pilsje van een plaatselijke brouwerij. Gelukkig vormt de aardappelpuree met gesmolten kaas een goede bodem…

 

Mont Aigoual

Meyrueis blijkt in het ochtendlicht best een aardig plaatsje, hoewel niet al te groot. We zijn er snel doorheen en volgen de D986, die door het gebergte van het Parc National de Cevennes kronkelt als een dunne darm met buikkramp. Prachtig om te rijden, zoals ook de bestijging van de 1567 meter hoge Mont Aigoual. Het is het hoogste punt van het departement Gard. En dus is het uitzicht subliem, als het weer mee zit. Je kunt dan de middellandse zee zien, de Pyreneeën, en de Alpen. Dat is ook de reden dat er in 1887 een meteorologisch instituut is gebouwd, dat nog altijd actief is en dat een museumpje heeft dat je kunt bezichtigen. De weersomstandigheden kunnen er extreem zijn: er is al eens -28 graden gemeten, er heeft meer dan 10 meter sneeuw gelegen. Het vriest er sowieso 144 dagen per jaar. Nu niet, gelukkig, dus ook de afdaling is weer een feest, net als de route die Jochen ons voorschoteld op weg terug naar Bour st. Andéol. Jochen mijdt alle grote wegen en laat ons uren lang de mooiste bochtige bergweggetjes rijden, tot het punt dat ik bijna snak naar een stukje rechte weg. En naar de heerlijke, koele flessen Notre Dame de Cousignac, die voor de laatste avond staan te wachten. Wat ben ik blij dat ik grote koffers op mijn KTM heb…

 

 

Reisinfo:

  • Bij deze reis was de organisatie in handen van Endurofun Tours, de Duitse reisorganisatie die zowel offroad trips als asfalt-reizen aanbiedt. Endurofun Tours organiseert ook motorreizen naar de Ardèche, de Gard en de Drome. Je vindt ze op www.endurofuntours.com
  • Deze reis werd georganiseerd in samenwerking met de touristenbureau’s van de departmenten Cevennen en Lozère en de Office de Tourisme Du Pays des Vans en Cévennes Ardèche en het Office de Tourisme Du Rhone Aux Gorges de l’Ardèche.
  • De “Cévennen” is een bergketen in het zuidelijke deel van het Massif Central, het beslaat delen van de Lozère, de Gard en de Hérault
  • De reis begint in Notre Dame de Cousignac, even boven Bourg st. Andeol in de Ardèche. Dit is uitstekend te bereiken via de snelweg A7 van Lyon naar Orange, afslag 18 naar Chateauneuf en dan via de RN86 riching Bourg st. Andeol, ongeveer 3km voor Bourg is de afslag.
  • Tolkosten via de route Luxemburg-Dyon-Lyon bedragen met auto en aanhanger 44 euro enkel, met de motor solo ongeveer 25 euro.
  • Benzine kost in Frankrijk langs de snelweg €1,43. Euro 95 is steeds moeilijker te krijgen, je krijgt dan E10 met 10% bioethanol. Niet alle motoren lopen er even gemakkelijk op. Alternatief is 98 tanken.
  • De maximum snelheden in Frankrijk zijn: 50 in de bebouwde kom, 90 op secundaire wegen, 110 op snelwegen en 130 op de meeste snelwegen (80, 100 en 110 als het regent). Er zijn steeds meer flitspalen en politiecontroles, de boetes zijn enorm hoog en worden ook in Nederland geïnd. Radardetectoren en ook GPS met radarverklikkers zijn verboden. Uitschakelen is niet genoeg, het mag er niet op zitten.
  • Het is in Frankrijk officieel verplicht twee alcoholtesters bij je te hebben in de auto of op de motor, maar er wordt sinds 28 februari 2013 niet meer voor bekeurd.
  • In Frankrijk moest er vanaf 1 januari 2013 minstens 150 cm2 reflecterend materiaal op je motorpak aanwezig zijn. Die verplichting is inmiddels ingetrokken.

 

 

Interessante email-adressen:

www.cevennes-tourisme.fr

www.rhone-gorges-ardeche.com

www.lozère-tourisme.com

www.les-vans.com

www.endurofuntours.com

www.masdintras.fr

www.ndcousignacvillegiature.fr

www.grotte-ardeche.com

www.cavernedupontdarc.fr

www.alunavacances.fr

www.hotel-laremise.com

www.hoteldefrance-mende.com

www.gorgesdutarn.com

www.hotel-restaurant-family-48-12.com

www.balazuc-canoe.com