Door Peter Aansorgh © copyright Peter Aansorgh Producties

De rivierbedding is glibberig en rotsachtig. Ik moet mijn uiterste best doen om de motor over de ongelijke bodem te laveren, zeker als het diep wordt en het water mijn crosslaarzen in loopt… Een offroad-reis door de Ardèche zit vol met uitdagingen…

Ik ben gek op offroad rijden. Het biedt uitdagingen die je met een wegmotor niet hebt en je komt op de mooiste plaatsen, die zonder noppenbanden onbereikbaar zijn. Ondertussen kwispelt je motor voortdurend onder je, je voelt je een hele coureur omdat je motor in elke bocht wel uitbreekt en het vereist techniek om over grotere obstakels te rijden of door losse ondergronden te blazen. Soms zijn die uitdagingen ook mij iets te groot. Hoe vaak ik niet in Nederland door een blubberig veld heb geploegd of vast heb gestaan in diep zand, om me af te vragen wat er ook weer leuk aan was. Om daarna met grote voldoening aan de eindstreep te komen omdat ik het toch weer had geflikt. Maar eerlijk is eerlijk, los zand een diepe modder zijn niet mijn favoriete ondergronden: ik houd meer van het acrobatische trialwerk over bos- en rotspaden. Daarvoor kun je geen betere omgeving wensen dan de Franse Ardèche. Vandaar ook dat ik niet lang na hoefde te denken toen Jochen Ehlers van Endurofun Tours vroeg of ik naar Joyeuse wilde komen voor een paar dagen terreinrijden. Het mag er nog, als je maar weet waar. Maar dat weet Jochen als geen ander…

 

Plateau

Joyeuse ligt een kilometer of 70 ten zuidwesten van Valance. Het is een oud dorp, dat volgens de legendes is ontstaan in de tijd van Karel de Grote, die hier na een veldslag zijn zwaard “Joyeuse” terugvond en als dank een fort liet bouwen. Het dorp ziet er ook tamelijk historisch uit, met wat oude verdedigingsmuren en een kluizenaarstoren en een museum, dat gewijd is aan de kastanje, die men in Frankrijk graag eet. Leuk, maar ik zal mijn eigen kastanjes uit het vuur moeten halen, want als ik ’s middags bij het hotel aankomt staat Jochen samen met reisgenoten Kai, Jorg en Casper al te trappelen om op pad te gaan. Ik laad mijn trouwe KTM EXC450 snel van de aanhangwagen af en ik schiet mijn KLIM-pak aan, want het is niet zo warm als het hier normaal is, begin mei. Dan rijden we het dorp uit, steken de grote weg over en nemen een smalle berg weg omhoog, waarna we het asfalt verlaten en een prachtig, gravelpad nemen, dat deels is uitgehakt in de rotsen. Het uitzicht op de rivier La Beaume en de deels begroeide berghellingen is geweldig. Het terrein is niet te moeilijk, maar dat blijkt slechts een opwarmertje te zijn. Boven aan de berg duiken we de bossen in, waar de rotspartijen ons op leuke hoogteverschillen trakteren. Het is elke keer even stilstaan om te kijken welke route je het best kunt kiezen om de rotspartijen te trotseren. Het betere trialwerk. Kijk, daar houd ik nou van!

 

Surrealistisch

Even verderop verandert het landschap. De wegen liggen bezaaid met witte, scherpe keien en aan weerszijden zijn witte muurtjes gebouwd van grote rotsblokken. Er zitten steile hellingen en hoogteverschillen in. Dat is weer een heel andere uitdaging, waar we ons staand op de voetsteunen met niet teveel moeite doorheen slaan, om vervolgens via allerlei zandpaden weer af te dalen tot we bij de rivier Le Chassezac komen. De van de rivier helder en glad gesleten rotswanden aan de overkant konden zo in een reclamefolder. Weer zo’n adembenemend mooie plek, waar je met een wegmotor nooit zult komen. Zeker niet op straatbanden, want de bodem langs de rivier is af en toe behoorlijk drassig. We zoeken ons een weg naar de wat hoger gelegen weilanden, tot we bij een oud industriegebied komen. Oude plaatstalen buizen en door struikgewas overwoekerde machines geven de plek een vreemd, surrealistisch beeld. We stoeien er een tijdje doorheen en zoeken dan de weg terug naar het hotel, via typisch Zuid-Franse landhuizen en door overvloedige regenval van de afgelopen dagen overstroomde paden.

 

Sprookje

Het mag voor zich spreken dat het diner in hotel de l’Europe ons die avond goed smaakt, temeer daar die wordt vergezeld van een ruime hoeveelheid van de plaatselijke Merlot… Toch staat ieder de volgende ochtend weer fris en vrolijk onder een teruggekeerde zon klaar voor het volgende hoofdstuk in ons offroad-avontuur. We keren de hoge voorspatborden richting het zuidwesten en hobbelen via een zandpad naar een soort hoogvlakte, met kleine stenen huisjes in een heidelandschap  van dor gras en mooie gele bremstruiken. Een schitterend gebied, met vlakke paden waar we in een hoog tempo overheen brullen, om in het dal uit te komen bij een autoverzamelaar, die vol trots laat zien hoe hij zijn oldtimers heeft opgeknapt.

Vervolgens rijden we over goed begaanbare bospaden door, tot we achter een parkeerplaats langs een steil rotspaadje nemen en uitkomen op een keienstrand van een Gorge, een rotskloof die door de rivier is uitgesleten. Gemakkelijk rijden is het niet over deze losse keien, zoals Horst – die zich vandaag bij het gezelschap heeft gevoegd –  laat zien door zijn BMW eerst plat te leggen en vervolgens in te graven, onder luid applaus van de rest van het gezelschap. Nou ja, dat krijg je natuurlijk ook als je met zo’n zwaar paard onderweg bent. Maar de eerlijkheid gebied dat ik ook mijn KTM al snel op de zijstandaard parkeer en op een kei ga zitten kijken naar het uitzicht, dat werkelijk sprookjesachtig is. De rivier heeft talloze grotten en kloven in de rotswanden gemaakt, waaroverheen her en der struiken en bomen groeien. Daarvoor ligt het kristalheldere water van de rivier en de hel wit/grijze keien, die het zonlicht reflecteren. Typisch zo’n tafereel dat je op je screensaver zet…

 

Rivierbedding

Een helling afrijden is één ding. Wat je je daarbij soms niet realiseert is dat je later ook weer omhoog moet, de rivierbedding uit. Maar ook dat lukt door vooraf vanuit stilstand de juiste route te kiezen, dan vooral het gas erop te houden en voor balans te zorgen. Een leuk staaltje trialwerk, waarna we een lunch nemen bij Café des Arts in Berrias et Casteljau, al was het maar omdat ze er een alleraardigste barmeid hebben. En het eten – een soort soufflé met geitenkaas en gekruid gehakt – smaakt ook niet slecht, al zul je er niet magerder van worden. Maar energie verbruiken doen we deze dag genoeg, vooral als Jochen ons op nieuwe uitdagingen trakteert. We beginnen op landwegen tussen de wijngaarden, waarvan ze de druiven al hebben geproefd, zij het in “bedorven” vorm. Vervolgens stuiven we weer over goed begaanbare gravelpaden over een hoogvlakte vol met struiken, heide en brem en een geweldig uitzicht over het glooiende berglandschap. Dan verzeilen we in een brede rivierbedding, waar we een half uurtje lekker trialen op de grillige oevers. Dan volgen we de rivierbedding, die alsmaar smaller wordt, terwijl de oevers steeds steiler omhoog lopen. Het wordt steeds moeilijker een “droge” route te vinden, steeds vaker moeten we door de rivier naar de volgende rots rijden. Lastig, want de bodem is glibberig en het water soms diep. Nu zelfs zo diep dat het mijn crosslaarzen in loopt…

 

Spoor

Als wij dachten dat we hiermee de grootste uitdaging gehad hadden, dan komen we bedrogen uit. De BMW blijkt niet van water te houden en weigert dienst. We proberen hem aan te duwen, maar dat blijkt op de gladde rotsen vergeefse moeite en doet voornamelijk een zware aanslag op je conditie en je deodorant. We besluiten de motor met vereende krachten de steile helling op te werken. Als we uiteindelijk doodmoe boven zijn, start het kreng natuurlijk wel… Inmiddels zijn we totaal leeg en hebben we allemaal een tong van leer, dus reppen we ons terug naar Café des Arts. Die is helaas gesloten, gelukkig is er een fonteintje, waar heldere eau potable uitkomt. Daar komen we even bij, waarna we en pétit comité nog een extra route pakken. We rijden bij Beaulieu door vlaktes met wijngaarden. Een prachtig gezicht met die regelmatige rijen struiken en in de verte de bergen met donkere donderwolken, al voorspelt het weinig goeds. Toch krijgen we nog een stuk door, voorbij de wijngaarden, waar Jochen nog een schilderachtig weggetje weet. De weg loopt door een soort kloof met bremstruiken en oude viaducten. Op een gegeven moment gaat het pad over in een pad met scherpe, witte keien, een overblijfsel van een vroegere spoorlijn. De stenen rollen onder de banden weg, waardoor er maar één manier is om er goed overheen te rijden: flink het gas erop en snelheid maken. Dat valt niet mee, want er zijn ook nog een aantal spoortunnels waar je doorheen moet. Daar is het stikdonker en heb je niet zoveel aan het zaklampje voorop zo’n enduro. Maar gaaf is het wel, net als de terugweg waarop we in hoog tempo over een schitterende hoogvlakte rijden. Zonder te stoppen voor een kiek, omdat we voor de bui binnen willen zijn…

 

St-André

De bui valt gelukkig ’s nachts, zodat we de volgende ochtend weer min of meer droog op pad kunnen. Min of meer, want de kikkervisjes zijn wel uit mijn laarzen, maar het vocht en de gangreengeur nog niet… We volgen het asfalt tot een wijngaard, die in diverse terrassen oploopt tot aan een klein dorpje aan de top. Daar houdt het asfalt op een brullen we de ietwat modderige bospaden op, die nogal wat spoorvorming en kuilen hebben vanwege alle tractoren die hier bij de boomkap worden ingezet. Het vereist wat kracht en concentratie, maar we komen zonder kleerscheuren in St-André Lachamp terecht komen. Dat is een gehucht met twee huizen en een kerkhof, dat hoort bij een bijzonder apart kerkje. Deze romaanse kerk heeft geen toren, maar een platte, hoge voorgevel met ramen. Men schat dat het kerkje uit de 12e eeuw afkomstig is, maar zeker weten doet men het niet. Veel volk is er ook niet, dat heeft hier ook niet zoveel te zoeken midden in de bergen. Wij wel, want we staan voor de volgende uitdaging: een afdaling door het bos over paden die slecht, steil, hobbelig en glad zijn, terwijl er ook nog hier en daar een boom dwars over de weg ligt. We kruipen er onderdoor of ploeteren eromheen en hebben de grootste lol, al vinden we het niet erg als het landschap weer wat lieflijker en gemakkelijker wordt, met mooie uitzichten en leuke watervalletjes.

 

Beloning

Als de dag ten einde loopt, besluit Jochen ons nog een leuk plekje te wijzen. Ze nemen een bijzonder smal pad langs een bergwand naar beneden. Hier en daar is het zelfs te smal. Bij een rotsspleet moeten we eerst wat boomstammetjes en takken aan de kant trekken om plek te maken. Dan hebben we een 10 cm brede, kletsnatte rots waarover we, de afgrond inkijkend, naar een breder stuk toe moeten rijden. Da’s geen kattenpis. En het blijft nog even spannend, want even later ligt er ook nog een boomstam over het pad. Te laag om er onderdoor te gaan, er omheen is op deze steile helling ook geen optie. Dus worden er stenen gezocht om een soort opritje te maken, waarnaar we de motoren een voor een over de boom heen tillen. Oh wat zijn we weer blij met die BMW, die meer dan tweemaal zoveel weegt als een EXC… Maar de beloning voor dit afzien is groot als we onderaan de helling een prachtige stenen brug over moeten, die nog uit de Romeinse tijd schijnt te stammen. Het hele tafereel, met de boogbrug over de ruige, groene rivier en de wilde witte rotspartijen, is wederom adembenemend. De uitdagingen, soms het afzien, meestal de lol van het offroad rijden en dan als beloning uitzichten als dit… Dat is waar je het voor doet, dat is waarom offroad rijden verslavend is en dat is waarom je naar de Ardèche gaat. En waarom je er terugkomt, want ook in 2016 organiseert Endurofun Tours weer de “Ardèche Enduro Days”. Ik houd mijn agenda vast vrij…

 

 

Informatie offroad rijden

– Offroad rijden in de Ardèche kan bijna het hele jaar door. Vanaf week 10 tot en met week 44 van 2016 organiseert Endurofuntours er begeleide offroad-trips, voor beginners, groepen met zware allroads of hard-core offroad-rijders. Handig om daar van te voren over te corresponderen, zodat je zeker weet dat je bij de juiste groep meedoet.

– Van 1 tot 3 oktober is er een speciaal offroad-evenement, dat “Ardèche Enduro days” heet. Dan rijdt je op GPS en kaartmateriaal drie dagen zelf door de Ardèche. Deze “challenge” vindt van 1 oktober tot 3 oktober 2016 plaats.

– Als basis voor de offroad-trips dient meestal Hotel de l’Europe, omdat daar ruime parkeermogelijkheid is voor auto’s met aanhanger of voor busjes.

– Vanaf Nijmegen is Joyeuse 1035 km. Met een aanhangwagen mag je in Frankrijk op veel snelwegen 130, maar voor de meeste aanhangwagens is dat erg enthousiast.

– Is de afstand te groot om in één keer te rijden, dan is het goed om te weten dat er bij de afslag Beaune een Ibis Budget hotel met een omheinde, bewaakte parkeerplaats is.

– Meer weten over offroad rijden in de Ardèche? Kijk op www.endurofuntours.com.