Een reis door de Schotse Highlands

Schotland staat bekend om zijn ruige natuur, whisky, haggis, mannen met rokken en voortdurende regen. Toch staat de zon op mijn helm te bakken als ik de Kawasaki Versys 1000 SE in Edinburg de snelweg op stuur voor een vierdaagse tocht naar en door de Schotse Highlands.

Door Peter Aansorgh

Foto’s: Kawasaki, Peter Aansorgh

Het is even wennen om links te rijden, rechts in te halen of ingehaald te worden en zeker om rotondes linksom te doen. Wat dat betreft is het goed dat we met een groep zijn, met een ervaren voorrijder, en dat we beginnen met een gemakkelijke route over de M9 naar Sterling. Daar kiezen we de 84 richting Calander en zien het landschap langzaam veranderen, met minder weilanden, meer heuvels en af en toe wat bos. Bij Bovain schieten we de A85 naar het westen op. Het landschap wordt wat kaler, met mooie ronde bergen. Af en toe komen we door kleine dorpjes met mooie, natuurstenen kerkjes en dito bruggetjes. Je zou er zo een opname van Midsummer Murders op kunnen nemen. Het is er leuk rijden, het traject is enorm bochtig en met de Versys zwier je daar lekker vlot doorheen. Moet ook wel, want we hebben vandaag nogal een afstand af te leggen: 124 mijl oftewel 198 km. Dat lijkt niet veel, maar als je er – door vertragingen bij vluchten naar Edinburg – pas om half drie aan begint en je voor driekwart over bochtige bergwegen rijdt, dan is het best wel een uitdaging.

Road of Kings

In Tyndrum stoppen we voor een kop koffie bij het Food Café. Een bord verwelkomt fietsers en wandelaars die de HT550 trail afleggen. Het moet mooi wandelen zijn hier, maar mijn boots zijn niet gemaakt voor “walking” en de zon – dat ronde ding dat hier in Schotland zo zelden waargenomen schijnt te worden – is hard op weg richting de Atlantische Oceaan. Wij dus ook. We zien de heuvels soms wat ruiger en rotsachtiger worden en ik kijk mijn ogen uit als we langs het prachtige Loch Awe rijden, waar we een glimp opvangen van de ruïne van Kilchurn Castle. In Taynuilt slaan we af naar een de Glen Lonan Road door een vallei, in Schotland “Glen” genaamd. Het is prachtig groen, met veel weilanden met schapen. Je rijdt er regelmatig over een veerooster, dat de kuddes in het juiste gebied houdt. De twaalf kilometer lange weg wordt ook wel de “Road of Kings” genoemd, omdat deze weg de route van Schotse koningen naar hun laatste rustplaats was. Wij zijn onderweg naar onze eerste rustplaats, het Alexandra Hotel aan de prachtige baai van Oban. ’s Avonds lopen we Oban in. Bij visrestaurant EE-USK verorber ik een heerlijke zeebaars bij een al even verrukkelijke Skye Red beer.

Connel Bridge

Vroeg in de ochtend pakken we onze spullen in de riante monokey-koffers van de Versys 1000. De preload van de elektronische Skyhook-vering heb ik inmiddels via het dashboard in 1 persoon plus lading gezet, zodat de Kawa weer lekker neutraal en zeker instuurt. Daar maken we optimaal gebruik van als we de A816 naar Fort William inslaan. Het zonnetje schuilt nu achter een wolkendek, maar het is droog. Al snel komen we over de Connel Bridge, een bijzondere Cantilever-brug uit 1903 met een fraaie vakwerkconstructie. Dan volgt een bochtige weg langs Loch Creran en Lock Linnhe. Er zijn veel campers, zodat we de soepele power van de viercilinder regelmatig aanspreken om van de spaarzame inhaalmogelijkheden gebruik te maken. Je hebt aan een klein gaatje genoeg en dat is erg lekker. Zo komen we vlot bij The Bridge Café in Spean Bridge voor een blueberry muffin en een koffie. Lekker!

Elean Donan Castle

We volgen de A87 naar het noordwesten, langs Loch Garry en Glen Moriston en Lich Duich. Een mooie slingerweg – anders hebben ze hier niet – door de heuvels, waarbij we een tussenstop maken bij Eilean Donan Castle van de Clan Mackenzie. Het dertiende-eeuwse kasteel ligt valk bij Dornie, op een eiland dat alleen bij eb toegankelijk was, aangezien deze lochs in verbinding staat met zee en er dus getijden zijn. Het werd vermoedelijk gebouwd ter verdediging tegen de Vikingen. Het kasteel werd in de 18e eeuw opgeblazen, maar begin vorige eeuw werd het gerestaureerd en is er een voetbrug aangelegd. Het is nu open voor publiek en het is erg populair bij filmmakers. Het was onder andere decor voor “The private life of Sherlock Holmes”, “Highlander” en de Bond-film “The world is nog enough.” Wij gaan het kasteel niet in, maar zoeken even voorbij de afslag een mooi uitzichtpunt waarop je het kasteel in zijn volle glorie kunt zien.

Appelcross

De zon weet zich inmiddels door het wolkendek te branden. De handvatverwarming is al even uit, de DANE winterhandschoenen hebben plaats gemaakt voor dunnere zomerexemplaren als we na Strathcaron over steeds kleinere wegen en paadjes door een steeds kaler wordende bergvallei omhoog rijden over de Bealach na Bà. Het is een iconische single-track weg in de Highlands. Bochtig en prachtig, bijna als een Alpenpas. Overal zie je kleine bergstroompjes over keien naar beneden kabbelen, tussen het wat mossige gras. Dan rijden we tegen een muur aan: een groene bergwand met een paar haarspeldbochten waar je “u” tegen zegt: de “Pass of the Cattle”.  De Versys is met 257 kg niet de lichtste Adventure-machine en de koffers met bagage voegen daar nog wat aan toe, toch krijg ik hem gemakkelijk door de hairpins gestuurd. Kwestie van een laag zwaartepunt en een goed gekozen stuurgeometrie, lijkt me. Maar indrukwekkend is het wel. Ik vind het bijna jammer dat de weg zich na drie hairpins weer opent. Niet jammer is dat het uitzicht geweldig is en dat ze bij de Appelcross Inn, beneden bij de zee, ontzettend lekkere Fish and Chips serveren.

Gairloch

In Applecross is gelukkig een benzinepomp. De Versys heeft een 21-litertank en is best zuinig, maar op al die bergwegen gaat het er toch redelijk snel doorheen. Dat geldt voor iedereen, dus na een gezamenlijke tankstop rijden we langs de kust naar Shieldaig en dan weer de binnenlanden in, richting Achnasheen in Ross-shire, dan linksaf richting Loch Maree, een 21,7 km lang zoetwatermeer. De weg slingert door een mooie, ietwat kale vallei met een slingerende, ondiepe rivier met rond afgesleten stenen. Een prachtig gezicht, net als de view over het meer en over Loch Gairloch, dat diverse mooie zandstranden biedt. Wij zoeken – na 233 km – onze toevlucht in “The Gairloch Highland Lodge” en laten op het zonnige terras een aantal goudgele après-bike-lagers aanrukken om de dag optimaal te evalueren. Dat doen we die avond nogmaals bij een heerlijke beef-burger met een Schotse whisky als toetje.

Slichachan

Wanneer we in het ochtendgloren de motoren beladen, blijken we zelf op het menu te staan van ontelbare midgets, een soort bijtgrage minimuggen. Als we wegrijden voel ik ze hier en daar nog in mijn helm en in mijn pak bijten. Afijn, als ze hun ontbijt ophebben en de zon doorbreekt, verdwijnen ze en stormen we via Achnasheen door naar the Kyle of Lochalsh, waar we via de Sky Bridge over Loch Alsh op het eiland Sky terechtkomen. Na een koffiestop in de Deli Gasta in Broadford nemen we de kustweg, die een soms adembenemende blik biedt op de glooiende heuvels met onbegroeide rotstoppen en de slingerweg daar omheen, die enorm druk is met toeristen, veelal in slome campers. Veel daarvan staan geparkeerd in Sligachan, waar een parallelweg over een oude stenen brug – in 1810 gebouwd door Thomas Telford – op elke gevoelige sensor moet worden vastgelegd.

Stein Inn

Na Edinbane koersen we westelijk over een fijne, brede weg, tot we na een kilometer of vijf een kleine single track inslaan, die zich met erbarmelijk slecht asfalt over de kale heuvels slingert. Ik ben blij dat de Versys nog over enige allroad-genen beschikt, met veerwegen van 150 mm voor en 152 mm achter, gecombineerd met de elektronische skyhook-demping, die de demping real-time op het wegdek afstemt. Dat houdt de motor strak en rustig op het asfalt en zorg dat je zelfs op dit soort wegen nog met redelijk comfort vooruitkomt. Lang hoeft dat echter niet, want na het dorpje Lusta zakken we af naar de kust, naar de Stein Inn. Het is de oudste herberg van Schotland, direct aan de kust van Loch Bay en met een geweldig mooi uitzicht op de baai. Ik weet niet of ik hier zou willen wonen, zo in de middle of nowhere, maar ik zou op vakantie best een paar dagen wakker willen worden met dit uitzicht en de enorme rust die hier heerst. Nou ja, totdat er tien Versys-rijders op de stoep staan, natuurlijk…

Knallen

Zoals de naam al aangeeft is “the Isle of Sky” een eiland. Je kunt er dus op twee manieren af: via de brug bij Kyle of Lochaish, of via de veerpont van Armadale naar Mallaig. We kiezen voor dat laatste en zien de ferry van 15.00 uur net vertrekken. Een uurtje ijsjes eten in de brandende zon en Irn Bru drinken dus. Smaakt naar kauwgomballen en er zit een bult cafeïne in. We zijn dus weer helemaal kwiek als we de Versyssen op de veerboot zetten en zien hoe ze vastgesjord worden, waarna we op het dek lekker nog een half uurtje van het uitzicht genieten. In Mallaig is het echter gedaan met de rust. Het is nog een stijf eindje rijden en het wordt een uitdaging op het voor die avond geboekte restaurant in Oban nog te halen. Maar we hebben 120 pk ter beschikking en we maken daar veelvuldig gebruik van om het langzamere verkeer achter ons te laten. Het is nog bergachtig en bochtig en dat maakt inhalen lastig, maar het bochtenrijden is wel heel mooi. De Versys laat zich gemakkelijk de bochten inrollen en is goed te mikken, het rijwielgedeelte reageert ook nauwelijks wanneer je halverwege de bocht de rem pas loslaat en de gasreactie is mooi te doseren. Je kunt er dus behoorlijk mee knallen en de Bridgestone T31-banden laten dat toe.

Omweg

Uiteraard blijven we bij het “knallen” wel enigszins in de buurt van de geldende snelheidslimieten, al is de verleiding groot om er overheen te gaan. Vooral als na Fort William blijkt dat de brug naar Oban geblokkeerd is en we 50 mijl om moeten rijden via Tyndrum. De omweg is de moeite waard. We rijden door een prachtige vallei, groen, met steile rotswanden en een mooi riviertje. Af en toe staan mensen de bergen te fotograferen, die er met het late, oranje strijklicht nog dramatischer uitzien dan anders. De laatste 40 mijl hebben we de zon echter pal tegen en is het lastig te zien waar je heen gaat en of je tegenliggers hebt. Ondanks het goede toercomfort slaan we dus een zucht van verlichting als we na een dagtrip van wederom 333 km om half negen de jiffy weer onder de Versys klappen bij het Alexandra Hotel en de nu toch wel wat houten billen kunnen luchten. Een kwartiertje later kijkt de waard van restaurant Cuan Mor ons enigszins bestraffend aan, maar we mogen nog binnen en krijgen weer een supermaaltijd. Garnalencocktail vooraf gevolgd door een onvervalste steak pie. Uiteraard vieren we onze laatste avond samen met een flinke Lager en een overheerlijke whisky toe.  

Gelijkgestemden

Ook de laatste dag zijn we weer vroeg uit de veren. Vliegtuigen wachten niet, dus een tijdige aankomst in Edinburg is wenselijk en het is wel prettig als je wat relaxt kunt rijden. Dan zie je bijvoorbeeld hoe adembenemend mooi de lochs in de ochtend zijn, als de wind nog niet is opgestoken. Het water is spiegelglad, waardoor je een perfect spiegelbeeld van de bergen in het water ziet. We stoppen nog even bij het beroemde biker-café Green Welly en toeren dan verder door het prachtige groene landschap. Bij Lochearnhead wijken we af van de route die we op de heenweg hadden genomen en rijden over de A85 langs Loch Eam, om vervolgens bij Crieff zuidwaarts te rijden over de A823, langs het racecircuit Knockhill naar The Carnock Inn voor een gezellige laatste lunch met een groep mensen die ik nog nooit had gezien, maar waar het enorm goed mee klikte. Dat krijg je als met gelijkgestemden op weg bent.

785 mijl stond er op de dagteller van de Kawasaki Versys 1000SE. Dat is dus 1256 km, na twee halve en twee hele dagen toeren over voornamelijk secundaire wegen. Dan gaan zaken tellen, die je bij een rondje rond de kerk over het hoofd ziet. Zoals het lekker brede en comfortabele zadel, dat stug genoeg is om zadelpijn te voorkomen – of in elk geval lang uit te stellen. Alles heeft zijn grenzen, tenslotte. De brede kuip en de brede ruit, die samen met de handkappen voor een uitmuntende windbescherming zorgen. De diepe koffers en de grote topkoffer, waar je moeiteloos voor een week kleren in kunt meenemen. De comfortabele vering, die toch stug genoeg is voor een goed gevoel over het wegcontact. En de enorme power van de viercilinder, waardoor je ontspannen vlot kunt rijden en inhalen. Waren er dan geen minpunten aan die Kawa? Eentje. De quickshifter doet het goed als je vol gas opschakelt of met het gas helemaal dicht terugschakelt, maar in tussensituaties niet altijd. Je went eraan en op een gegeven moment weet je wanneer je de koppeling erbij moet pakken. Maar voor de rest: Wat een fantastische GT-machine!

Wetenswaardigheden:

  • Schotland is deel van Groot-Brittannië en is dus meegesleept in het Brexit-débacle. Hetgeen betekent dat het geen EU is. Wil je erheen, dan zul je dus een geldig paspoort moeten hebben. Met een gewoon ID kom je er niet in.
  • De maximum snelhedenin schotland zijn: 70 mph (113 km/uur) op snelwegen en autowegen, 60 mph (93 km/uur) op tweebaanswegen, in de bebouwde kom 20 of 30 mph (32 of 48 km/uur).
  • Bij kruispunten wordt de voorrang met borden aangegeven. Er is geen regel die aangeeft dat verkeer van links of rechts voorrang heeft. In de praktijk betekent dit dat recht doorgaand verkeer meestal voorrang heeft.
  • In Schotland wordt niet met haaientanden, maar met een dubbele onderbroken streep aangegeven dat bestuurders voorrang moeten verlenen aan bestuurders op een kruisende weg. 
  • Rotondes rijd je linksom, verkeer van rechts heeft er voorrang.
  • Er zijn in Schotland veel single lane roads. Daar zijn talloze inhammen gemaakt zodat tegenliggers elkaar kunnen laten passeren. Is die inham rechts en ben je er eerder, blijf dan links stilstaan, zodat de tegenligger je via de inham kan passeren.
  • Koplampen zijn asymetrisch. Onze koplampen schijnen rechts hoger de berm in. In het VK moet je daarom de naar rechts wijzende reflectiezone afplakken, als je met je eigen motor naar Schotland gaat.

Vond u dit een goed artikel? Dan zou ik het op prijs stellen als u me op een kop koffie trakteert! U kunt een kleine bijdrage storten via de “donatie” knop in de menubalk. Bij voorbaat dank!